Maak onderscheid tussen vaste en variabele ziekenhuiskosten

Ziekenhuizen krijgen aan het eind van ieder jaar te maken met zogeheten zorgplafonds, waardoor bepaalde zorg in dat jaar niet meer geleverd kan worden. Dat is opmerkelijk, omdat de meeste kosten van een ziekenhuis vast zijn en dus goed in te schatten zijn. Maak in de financiële afspraken tussen verzekeraar en ziekenhuis daarom liever onderscheid tussen een vast deel en variabel deel. Dan houd je als branche grip op kosten en voorkom je het jaarlijks ‘financieel plafondritueel’.

Want welke kosten maken ziekenhuizen? In de eerste plaats personele kosten, die van artsen, medische staf en ondersteuning. Daar bovenop komen materiële kosten: die van medicijnen, voeding en instrumenten, licentiekosten, onderhoudskosten en kapitaalslasten van onder meer gebouwen en MRI’s.

Het zorgplafond heeft wel gezorgd voor een daling in de groei van de zorgkosten’

De kosten van medicijnen en voeding kun je als variabel beschouwen, en misschien ten dele de inhuur van personeel. Maar de rest? Dat zijn vaste kosten die je heel goed voor een of zelfs meerdere jaren kunt inschatten. Dan hebben we het over zo’n 80% van de kosten. Maximaal 20% van de kosten varieert per uitvoeringsjaar, want die zijn afhankelijk van de vraag of van managementbeslissingen en daardoor moeilijker te voorspellen.

Patiënt centraal
Nu heeft een zorgplafond macro gezien wel een functie: je stelt een financieel maximum, en daarboven meer zorg is niet mogelijk. Dat heeft gezorgd voor een daling in de groei van zorgkosten in Nederland. Maar dat macro voordeel staat wel verder af van ‘patiënt centraal’ en werkt niet altijd in het belang van het ziekenhuis.

Het kan ook anders: maak als verzekeraar een afspraak over de vergoeding voor totale vaste kosten van het ziekenhuis, en vergoedt vervolgens een variabel deel. Uiteraard met een maximum aan te declareren totale vaste en variabele kosten. Bij vraagoverschrijding van een specialisme kan de verzekeraar overwegen tegen relatief geringe op variabele kosten gebaseerde DOT en DBC-tarieven de zorg toch door te laten leveren. En zo’n ‘variabel’ tarief is gemiddeld ongeveer 20% van de integrale kostprijs van een DOT en DBC. Als er doorgeleverd moet worden is de vergoeding van de verzekeraar voor een ziekenhuis in dat geval beperkt.

Alternatief is dat je op de totale aanneemsom een percentage vast en variabel overeenkomt.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top